Reactie op het standpunt van Zorginstituut Nederland over de Bihormonale kunstmatige alvleesklier

Vandaag, 29-09-2026, heeft Zorginstituut Nederland haar standpunt gepubliceerd over de bihormonale kunstmatige alvleesklier voor volwassenen met diabetes type 1. Het Zorginstituut concludeert op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens dat de meerwaarde van de behandeling op dit moment nog onvoldoende is aangetoond om te voldoen aan de criteria van de stand van de wetenschap en praktijk om opgenomen te worden in het basispakket.

De uitspraak is enkel gebaseerd op de resultaten van de DARE-studie, andere onderzoeken zijn dus niet meegenomen. In de DARE-studie is gebruikgemaakt van een niet geregistreerde glucagon, Glugon (United Biotech, India), onder toestemming van IGJ, nadat de eerder gebruikte glucagon, GlucaGen (Novo Nordisk, Denemarken), niet langer beschikbaar was. Het Zorginstituut concludeert dat deze wijziging van glucagon de onderzoeksresultaten negatief kan hebben beïnvloed, waardoor de kwaliteit van het bewijs als (zeer) laag is beoordeeld. Om deze reden kon er geen positief oordeel worden gegeven.

Inreda begrijpt en respecteert dat het Zorginstituut, gegeven de beschikbare onderzoeksgegevens en de gehanteerde beoordelingscriteria, op dit moment niet tot een positieve beoordeling heeft kunnen komen. Tegelijkertijd sluiten de uitkomsten van de DARE-studie niet aan bij de resultaten uit eerdere onderzoeken en de klinische ervaringen die met de Inreda AP® zijn opgedaan. Inreda heeft bovendien in eerder gepubliceerd onderzoek aangetoond dat de gebruikte glucagon in de DARE-studie minder goed presteerde dan de glucagon waarop het systeem oorspronkelijk is ontwikkeld. [1] Dit sluit aan bij de constatering van het Zorginstituut dat de wijziging van het glucagontype van negatieve invloed kan zijn geweest op de studieresultaten. Juist daarom is het belangrijk om aanvullende gegevens te verzamelen onder omstandigheden die beter aansluiten bij de beoogde toepassing van het systeem. Daarbij is het positief dat het Zorginstituut stimuleert om dit vervolgonderzoek uit te voeren en openstaat voor een herbeoordeling wanneer nieuwe gegevens beschikbaar komen. Inreda waardeert deze constructieve houding en kijkt ernaar uit om, samen met zorgverleners, patiënten, zorgverzekeraars en het Zorginstituut, het benodigde klinische bewijs verder op te bouwen.

Voor patiënten die momenteel gebruikmaken van de Inreda AP® begrijpen wij dat dit nieuws vragen en onzekerheid kan oproepen. Inreda is reeds in gesprek met de betrokken zorgverzekeraars over de gevolgen van het standpunt. Wij ervaren daarbij een constructieve en oplossingsgerichte houding, waarbij gezamenlijk wordt gekeken naar passende mogelijkheden voor de huidige patiëntengroep. Inreda blijft zich inzetten voor deze patiënten én voor het realiseren van de aanvullende gegevens die nodig zijn voor een toekomstige herbeoordeling voor het opnemen van de Inreda AP® in het basispakket voor patiënten die hier baat bij hebben.

[1] Jansen TJP, den Drijver C, Vlaskamp LB, van Bon AC. Three-Year Real-World Performance of Bihormonal Fully Closed-Loop Therapy in Type 1 Diabetes. Diabetes Technology & Therapeutics. 2026;0(0). doi:10.1177/15209156261492793